
De Nederlandse land- en tuinbouw is van groot belang. Nederland behoort tot de top drie wat betreft export van onbewerkte en bewerkte agrarische producten. Een kwart van het Nederlandse bedrijfsleven is actief in de “food en nutrition industrie”. De hele agrarische sector levert een bijdrage van tien procent aan het Bruto Binnenlands Product en neemt twintig procent van de totale export voor zijn rekening.
De veehouderij in zijn volle breedheid met alle grote en kleine sectoren is een belangrijk onderdeel van onze land- en tuinbouw. Wij hebben ons altijd in de kopgroep bevonden wat betreft kennisontwikkeling, kennisoverdracht, ondernemerschap en handelsgeest. Nederland werd altijd geroemd vanwege haar sterke onderzoeks-, onderwijs-, en voorlichtingsinstellingen. We hadden en hebben een sterke infrastructuur en goede ondernemers die nieuwe ontwikkelingen sneller implementeerden dan in menig land om ons heen.
Veel van de kennisinstellingen zijn echter geprivatiseerd en commerciëler geworden. Het proces van privatisering van kennisinstellingen vindt in diverse EU landen in een verschillend tempo plaats. Sommige landen, zoals bijvoorbeeld Engeland en Nederland hebben het afgerond terwijl in andere landen, zoals Frankrijk, de privatiseringsdiscussie nog moet starten. Door dit fenomeen en door verdere internationalisering komt het Nederlandse agrarisch kennisbolwerk onder druk te staan. De voorsprong die wij als Nederland in de veehouderij hadden, wordt kleiner en moeilijker om te behouden. Betreffende onze technische resultaten kunnen we ons nog steeds goed meten met de buitenlandse concurrenten. Toch moeten we blijven investeren in kennisontwikkeling en kennisoverdracht.
Door de privatisering en commercialisering van vele instellingen die werkzaam zijn in en voor de veehouderij en door de toegenomen werkdruk neemt de behoefte aan een onafhankelijke nationale studievereniging met een goed programma toe. De behoefte aan een krachtige NZV (Nederlandse Zoötechnische Vereniging) is groter dan ooit.
Uiteraard hebben de veehouderij en haar toeleverende en verwerkende bedrijven een toekomst met of zelfs zonder een actieve NZV. Toch kan de NZV haar rol als onafhankelijke studievereniging vervullen door mensen die werkzaam zijn bij verschillende bedrijven en instellingen gelieerd aan de veehouderij, samen te binden.
De NZV is een vereniging met gemêleerde samenstelling die vraagstukken, toekomstvisies en perspectieven in de productie kolommen van de verschillende veehouderijsectoren in internationale dimensie bediscussieert.
Het is een uitdaging om goede thema’s te kiezen en studiebijeenkomsten te organiseren die de leden aanspreken. Wanneer bijvoorbeeld éénmaal per jaar op een vast tijdstip een ver van tevoren aangekondigd programma met sterke sprekers wordt georganiseerd, brengt dit mensen bij elkaar. Dit zorgt er tevens voor dat mensen die een band met elkaar hebben, betreffende hun opleiding of hun huidige werkzaamheden, elkaar ontmoeten. Op deze manier kan het nuttige met het aangename worden verenigd. Activiteiten van studieverenigingen, zoals in Wageningen (de Veetelers), bij de diverse Agrarische Hogescholen en in Utrecht (studenten Diergeneeskunde) krijgen dan vervolg. Dit betekent ook een actief wervingsbeleid onder jonge mensen.
Kortom, hier ligt een uitdaging voor niet alleen het bestuur van de NZV maar voor alle 400 leden. De veehouderij verdient een actieve NZV.
Juni 2005