In de vorige column stelde Frits van der Schans dat er in de verkiezingsprogramma’s nauwelijks aandacht was voor het milieu en voor biodiversiteit en hij vroeg zich af hoe groot de dreiging is die op ons afkomt. Geen gemakkelijke vraag. Het was mij ook opgevallen dat het thema ‘milieu’ in verkiezingscampagnes zo’n marginale rol speelde. Het Milieu- en Natuurplanbureau heeft de verkiezingsprogramma’s geanalyseerd en meldde dat vrijwel alle politieke partijen te weinig geld uittrekken om hun milieu-ambities waar te maken en ze laten het klimaatbeleid teveel over aan de markt. We kennen ook politici die de klimaatproblematiek blijven ontkennen onder het mom van behoud van economische groei. Niemand lijkt te willen begrijpen dat economische groei en welvaart op langere termijn samen gaan met behoud van milieu en biodiversiteit en met duurzame ontwikkeling. Al Gore en Bill Clinton zijn nodig om ons allen wakker te schudden.
Biodiversiteit is in de mondiale politieke arena een belangrijk thema, maar net als bij klimaatveranderingen is de eerste vraag: ‘wat is er aan de hand?’ Bij verlies of behoud van biodiversiteit denken we niet alleen aan natuur en ‘wilde’ biodiversiteit, maar ook aan agro-ecosystemen en genetische diversiteit binnen soorten en rassen landbouwhuisdieren en gewassen. Landen hebben met elkaar afgesproken ‘to halt the biodiversity loss by the year 2010’. We zijn het dus met elkaar eens dat er wat aan de hand is. De volgende vraag is dan ‘hoe erg is het’ en ‘wat willen we er aan doen’?
Wat betreft landbouwhuisdieren, stuurde FAO de week voor kerst het bericht de wereld in dat 20 procent van de rassen landbouwhuisdieren ‘at risk’ is. Globalisering van de dierlijke productie en markten wordt gezien als de belangrijkste factor die de genetische erosie veroorzaakt.
De snel groeiende wereldbevolking vraagt om meer dierlijke producten. Traditionele productiesystemen worden in hoog tempo vervangen door intensievere systemen, die gebruik maken van (een beperkt aantal) gespecialiseerde, hoogproductieve rassen of lijnen.
Deze trend heeft tot gevolg dat steeds meer locale rassen een marginale positie zullen krijgen en dat we rassen verliezen. De wereldwijde genetische basis versmalt. De laatste 5 jaar zijn er volgens FAO 60 rassen verloren gegaan. Daarnaast moeten we constateren dat de variatie binnen meer gespecialiseerde rassen – zoals binnen de mondiale Holstein Friesian populatie – ook onder druk staat.
We hebben genetische variatie nodig voor de toekomstige ontwikkeling van de dierlijke productie en verbetering van rassen, naast cultuurhistorische en andere argumenten om rassen te willen behouden. De toekomst is lastig te voorspellen, maar we mogen er vanuit gaan dat o.a. klimaatveranderingen, ontwikkelingen in de biotechnologie en ook dierziekten consequenties zullen hebben voor de fokkerij en het gebruik van genetische diversiteit op langere termijn.
Bij de Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in Rome hebben vertegenwoordigers uit meer dan 90 landen onlangs met elkaar gesproken over de specifieke problematiek bij landbouwhuisdieren. De trends en bedreigingen zijn duidelijk. De vraag is nu wat we er aan willen doen en hoe landen en regio’s invulling geven aan hun verantwoordelijkheden. Tijdens de aankomende first International Technical Conference on Animal Genetic Resources (Interlaken, September 2007), zal gepoogd worden overeenstemming te bereiken over een ‘global action plan’ om de teruggang van genetische diversiteit in landbouwhuisdieren tegen te gaan en behoud en duurzaam gebruik van genetisch diversiteit te bevorderen.
Om een lang verhaal kort te maken, net als milieu en klimaat, verdient behoud van biodiversiteit aandacht. In de veehouderij hebben we het dan over agro-ecosystemen, rassen en genetische diversiteit binnen rassen. De Europese Unie en de Nederlandse overheid zullen verder invulling willen geven aan daadwerkelijk behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit in de landbouw. Voor een duurzame ontwikkeling van de (mondiale) veehouderij zijn we echter met zijn allen verantwoordelijk. Wie de schoen past, trekke hem aan….
Graag geef ik het stokje door aan Anne-Marie Neeteson, en nodig haar uit om de visie van de fokkerijorganisaties in Europa op maatschappelijk verantwoord ondernemen neer te zetten.
December 2006