Pieter Knap met hond

Duurzaam fokken

Pieter Knap

Duurzaam fokken, hoe gaat dat? vroeg Anne-Marie. De klassieker over sustainability is
"Cannibals without Forks" van John Elkington, over de "Triple Bottom Line of 21st century business": duurzaam produceren laat de drie P's (People, Planet, Profit) onbeschadigd. In die termen over veefokkerij denken is niet zo simpel. De sociale en ecologische misstanden (People en Planet) die bijvoorbeeld bij mijnbouw of houtkap optreden, staan wel erg ver van de belevingswereld van de gemiddelde fokker. Maar veel van de kritiek die tegenwoordig in Noord-Europa op veefokkerij wordt geuit past in deze drie laatjes. We hebben een vierde nodig om het compleet te maken, en als varkensfokker kom ik dan makkelijk aan een vierde P: Pigs. Het vee dat we fokken is het vierde element in de duurzame begroting.
Profit is makkelijk: sinds Hazel's selectie-index maximaliseren we de economische waarde van de selectierespons.
Planet gaat over het milieu; stikstofuitstoot bijvoorbeeld, daar valt prima tegen te fokken in termen van verhoogde produktie-efficiëntie – het huidige slachtvarken heeft 40 % minder stik-stofuitstoot dan 40 jaar geleden, heb ik ooit uitgerekend. Een ander element is biodiversiteit, en daar valt nog het nodige te doen: veel landbouwhuisdierrassen zijn beangstigend snel aan het verdwijnen. FAO c.s. werken intussen wereldwijd aan behoud, zie Sipke-Joost's eerdere column op deze site. Het probleem is natuurlijk dat die rassen niet vanzelf verdwijnen: de meeste worden van de markt geconcurreerd door produktievere
varianten (Holstein, Yorkshire, Leghorn). En omdat een landbouwhuisdierras alleen echt kan overleven als er een markt is voor zijn produkten, moet behoud van een bedreigd ras onvermijdelijk samengaan met een degelijk fokprogramma dat zijn produktiviteit verhoogt. Dat wordt helemaal niet makkelijk, zal zorgvuldig maatwerk vereisen – en gaat de nodige werkgelegenheid opleveren.
People gaat eigenlijk over sociale rechtvaardig-heid, dan valt te denken aan genetische piraterij: rassen waaraan in de derde wereld eeuwenlang is veredeld, en die door de westerse industrie via de achterdeur worden ingepakt. In de plantensector geen onbekende, maar in de veefokkerij komt eigenlijk alleen het Chinese varkensras Meishan enigszins in die richting – en hoewel reproduktiefysiologen er

veel nuttigs van hebben geleerd, is het commer-cieel een catastrofe geworden: vorig jaar had krap anderhalf procent van de westerse produktiezeugen een Meishan-voorouder, meestal een overgrootvader. Maar we kunnen People wat breder trekken: iedereen heeft belang bij ontwikkelingen zoals cholesterolarme eieren en vlees, en resistentie tegen Salmonella e.d. – allemaal in the pipeline, momenteel.
Pigs (de dieren zelf, dus) vormt misschien het meest relevante element voor deze discussie. Breeding that predisposes animals to suffering is an abuse of welfare, zei John Webster. Vee-fokkerij zit dan ook middenin een soort inhaalslag met als sleutelwoord "robuustheid". Landbouwhuisdieren die hun eigen produktie-niveau niet kunnen bijhouden en daardoor niet normaal kunnen functioneren (t.g.v. ascites, dystocia, stressgevoeligheid, allerlei soorten reproduktie- en beengebreken, enzovoort), dat zit intussen stevig in de alarmzone. Dieren fokken die van dat soort zaken geen last hebben, dat is moeilijk maar mogelijk, en het wordt de komende tien jaar het hot item in de sector. Hoe het moet, dat is iets voor de volgende aflevering, door Piter Bijma. 

april 2007