Code of Good Practice
Anne-Marie Neeteson-van Nieuwenhoven
Sipke-Joost Hiemstra vroeg of ik jullie blij kan maken met een column over de visie van de fokkerij-organisaties in Europa op maatschappelijk verantwoord ondernemen. De fokkerij-organisaties in Europa vormen een vrolijke diverse lappendeken van middelgrote en kleine organisaties met ieder diersoorteigen of landseigen intrinsieke karaktertrekken. Intrinsiek omdat hun doen en laten nauw verbonden is met (platte)landshistorie en biologie van de dieren. Er zijn een paar pluimveefokbedrijven in de wereld (toevallig vooral in Europees bezit w.o. Hendrix Genetics in Boxmeer) ‘want’ een kip legt één ei per dag en er zijn steeds minder dieren nodig om de wereld van fokmateriaal te voorzien. Het tegenovergestelde geldt voor rundvee. De eerste zijn veelal in particuliere handen, de laatste eigendom van boerencoöperaties. Voor allemaal geldt, dat merk ik elke keer weer, dat ze ‘op hun populaties zitten’: een fokker is gehecht aan de dieren onder zijn hoede – hun diversiteit is de toekomst van het bedrijf - èn het vinden van de juiste fokmethode. Wie te hard gaat voor het kortetermijn doel sneuvelt onderweg. Wie het tegenovergestelde doet ook. Het geheim van de fokkerij ligt in het vinden van de juiste balans en die verschilt, ik kan het niet gemakkelijker maken waarde lezer, ook voor elke organisatie.
De balans ligt in het maken van de juiste afwegingen in fokkerijdoelen, het nastreven hiervan op een efficiënte manier die het toekomstig fokken niet in de weg zit en het ‘overwinnen’van (ogenschijnlijke) tegenstrijdigheden. Én deze op efficiënte wijze te vermenigvuldigen en te vermarkten.
Fokkerijresultaten zijn permanent (ín de genen van de dieren), cumulatief (elke generatie een stukje verder in een bepaalde richting) en ze worden breed, zeer breed verspreid over Europa en daarbuiten. Fokkerij gaat over genen, selectie, dieren, ons voedsel – allemaal gevoelige onderwerpen. Zo heeft de relatief kleine fokkerij-sector toch een hele verantwoordelijkheid om uit te leggen aan de consument die aan het heel andere eind van de productieketen zit. Hoe leg je zoiets uit? En hoe leg je uit dat je niet eng bezig bent, want met maar zo weinigen bepaal je zoveel?
De laatste tien jaar zijn de Europese fokkers, samen met onderzoekers in het vakgebied en verschillende maatschappelijke partijen, bezig geweest om hier samen antwoorden voor te vinden: Hoe praten met ‘de maatschappij’? Wat is duurzaam fokken? Samen is er een Code of Good Practice, Code-EFABAR, ontwikkeld waarmee een fokbedrijf of K.I-organisatie kan aangeven hoe het duurzaam onderneemt. Een praktische Code die ISO kan worden gecertificeerd, maar ook op eenvoudige wijze binnenshuis kan worden aangewend – zodat iedereen op eigen wijze transparant kan zijn naar toeleverancier, afnemer en naar consument toe.
Duurzaam fokken is gemakkelijk gezegd – is duurzaamheid niet zo’n modewoord waar alles onder valt wat leuk lijkt, maar een woord dat eigenlijk niets zegt? Dat is het (gelukkig) niet en Pieter Knap is na zachte dwang bereid gevonden om hier een korte en heldere uiteenzetting over te geven.