Mens en koe: sociale dieren
Erwin Koenen
Piter Bijma’s column over sociale dieren deed me direct denken aan de Fabeltjeskrant. Waren dieren volgens meneer De Uil niet precies als mensen? met: ‘dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken’?
Piter vroeg zich af of via fokkerij het sociale gedrag van koeien te verbeteren is. Maar ik stel hier de vraag of we in de sector niet meer hebben aan sociale mensen in plaats van sociale koeien.
Het gekrakeel in het Grote Dierenbos ontstond vooral als diergroepen op verschillende manieren naar de wereld keken. Zo roept ook onze maatschappij ‘tuut-tuut-tuut-tuut’ als het gaat om bijvoorbeeld dierenwelzijn, de feed-food-fuel competitie en de uitstoot van broeikasgassen. Te vaak schieten we dan reflexmatig in de verdediging bij kritische geluiden.
Maar sociale dieren leren juist van het contact met anderen. Neem nu de koe. Van nature leeft de koe als een sociaal dier in grote groepen. Alleen op deze manier wist de koe duurzaam te overleven. Zoals veel andere sociale diersoorten kan de koe zich meestal snel aanpassen aan veranderende omstandigheden, ook bij veeleisende producties.
Wij mensen hebben via allerlei sociale netwerken onze contacten voor het efficiënt uitwisselen van informatie en het doen van zaken. Veetelers onder elkaar zijn dus uitstekende sociale dieren. Menig buitenlander is daardoor jaloers op het innovatieve vermogen van de Nederlandse veehouderij.
Bemoeienis van anderen kan en moet dus als een kans gezien worden, niet als een bedreiging. Zijn wij binnen de veehouderij wel voldoende transparant richting andere groepen in de maatschappij? Kennen de stake-holders binnen de veehouderij elkaar wel voldoende?
Als de veehouderij al behoefte heeft aan sociale dieren dan zijn het vooral de mensen en niet de koeien. Alleen dan kunnen we in harmonie gaan leven in het Grote Dierenbos.
In de volgende column gaat Akke van der Zijpp in op de rol van de Nederlandse veeteler bij het ontwerpen van duurzame productiesystemen. Als ze ons maar geen fabeltjes vertelt.
juni 2008