Piter Bijma

Robuustheid

Piter Bijma

Robuustheid is het buzz-woord van de afgelopen tijd, maar de concrete betekenis is niet altijd even duidelijk. In de westerse samenlevingen is een duidelijke trend naar verminderde acceptatie van gezondheids- en welzijnsproblemen bij landbouwhuisdieren. Welke uitdagingen stelt dit aan de fokkerij? Ten eerste moeten we deze trend vertalen in gewenste eigenschappen van het dier, en methoden ontwikkelen om deze eigenschappen te meten. Daarbij kunnen we proberen een definitie van robuustheid te geven, maar dat is wellicht eerder een obstakel dan een hulpmiddel. Het lijkt vruchtbaarder om te focussen op concrete problemen en manieren om die op te lossen. Hoe weten we van te voren welke fokkerijstrategieën veelbelovend zijn? Om die vraag te beantwoorden is het interessant om vanuit een evolutionair perspectief te kijken naar fokkerij. Onze landbouwhuisdieren zijn gevormd door miljoenen jaren van natuurlijke selectie, voorafgaand aan domesticatie. Het ligt daarom voor de hand dat basale biologische processen vergaand geoptimaliseerd zijn, en dat verdere verbetering daarvan niet erg veelbelovend is. Vanuit dat perspectief is genetische verbetering van algemene ziekteweerstand bijvoorbeeld niet erg veelbelovend. We moeten dus op zoek naar de kansen die natuurlijke selectie heeft lagen liggen. Natuurlijke selectie is primair gericht op de overleving en voortplanting van het individu, en veel minder op de sociale eigenschappen van individuen. Natuurlijke selectie heeft daarom de neiging competitie tussen individuen te verhogen, met nadelige gevolgen voor de populatie als geheel. Dit suggereert dat er goede mogelijkheden zijn om te fokken op sociale effecten van individuen op anderen. Bij planten is dat overduidelijk. Wilde graansoorten hebben een lage opbrengst per hectare ten gevolge van onderlinge competitie. Aan de andere kant worden moderne landbouwrassen die in het wild zijn uitgezet snel verdrongen door de wilde variant omdat de concurrentie niet aankunnen. Plantenveredelaars zijn er in geslaagd de opbrengst te verhogen door rassen te kweken waarvan de individuele planten elkaar minder beconcurreren.

In de veefokkerij is nog weinig onderzoek gedaan naar het belang van competitie tussen dieren. Recent onderzoek laat zien dat sociale interacties een grote bijdrage kunnen leveren aan de erfelijke variatie die gebruikt kan worden in de fokkerij. De erfelijke variatie in bijvoorbeeld groei en voeropname bij varkens wordt voor een groot deel verklaard door sociale interacties tussen dieren. Dit betekent dat we, naar analogie van de plantenveredeling, productiviteit en gezondheid kunnen verbeteren door socialer dieren te fokken. De eerste selectie-experimenten met varkens zijn inmiddels opgezet om te kijken of deze verwachting in de praktijk kan worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld, of we varkens kunnen fokken die er voor zorgen dat hun hokgenoten beter presteren. Erwin Koenen, die de volgende column verzorgt, weet misschien wel of we ook sociale koeien kunnen fokken.

februari 2008