5 oktober 2020

Interview Gert van Duinkerken, manager Wageningen Livestock Research

Gert van Duinkerken: “Bredere blik van dierwetenschappers”

“Breder kijken” is steeds belangrijker geworden in de dierwetenschappen, ziet Gert van Duinkerken, manager van Wageningen Livestock Research (WUR-LR): “Het wordt steeds belangrijker om vanuit onze diergerichte kennis ‘uit te zoomen’ en te kijken naar de rol van dieren in het voedselsysteem en in onze maatschappij. Schakelen tussen dierkennis en integraal systeemdenken levert nieuwe inzichten op.”

Van Duinkerken studeerde in Wageningen Dierwetenschappen, met als specialisatie diervoeding en agrarische bedrijfseconomie. Daarna werkte hij bij het Centraal Veevoederbureau, toen nog onderdeel van het Productschap Diervoeder en bij het praktijkonderzoek in Lelystad. Vervolgens bij WUR-LR: twee jaar als manager business development, twaalf jaar als hoofd van de afdeling diervoeding, en nu dus als business unit manager van Wageningen Livestock Research.

Voedselsysteem

De dialoog over het voedselsysteem van de toekomst vraagt om inbreng van diverse partijen, zowel professionals als burgers. “Daarbij zijn kennis en feiten belangrijk, maar spelen ook percepties en emoties een rol”, vindt Gert. Neem de dialoog over lokaal geproduceerd voedsel versus import en export van grondstoffen en voedsel. Internationale handel in grondstoffen en levensmiddelen zal altijd blijven bestaan. Consumenten verwachten een divers voedselaanbod, met een mix van dierlijke en plantaardige producten, in alle seizoenen en het is de kunst om dat gevarieerde voedingsmiddelenpakket zo duurzaam mogelijk te produceren. Daarbij heeft importeren niet per definitie een hogere milieu en klimaat footprint dan lokaal produceren, maar er kunnen ook andere factoren een rol spelen waardoor consumenten een voorkeur hebben voor lokale producten. Denk aan herkenbaarheid en transparantie over de herkomst. Dat draagt bij aan het gevoel van eerlijk geproduceerd en veilig voedsel en het ondersteunt de lokale economie. Zeker nu, tijdens de corona-pandemie, wordt duidelijk dat we onze systemen niet alleen hyperefficiënt, maar ook weerbaar en robuust moeten inrichten, benadrukt Van Duinkerken, om beter bestand te zijn tegen pandemieën, maar ook om minder afhankelijk te zijn van import van cruciale grondstoffen en producten vanuit andere landen.

Als het gaat om netwerken pleit Van Duinkerken ook voor meer dialoog tussen de humane sector en de dierlijke productie sector. Dat gebeurt al steeds meer: de zuivelindustrie stuurt bijvoorbeeld op duurzame melkproductie op de boerderij en de levensmiddelenindustrie heeft steeds meer oog voor duurzaam hergebruik van reststromen en co-producten. Zo komen bijvoorbeeld veel co-producten via diervoeding terug in de voedselketen. “Maar ook op het terrein van voedselveiligheid, (darm)gezondheid en welzijn kunnen ‘humaan’ en ‘dier’ veel van elkaar leren”, vindt Gert.

Het dier in de kringlooplandbouw

“Een circulair systeem zonder dieren kan niet”, stelt Van Duinkerken. Want zonder dieren is het systeem minder duurzaam. Bijvoorbeeld omdat we dan geen organische mest hebben om de bodem vruchtbaar te houden, en omdat er meer land nodig is voor voedselproductie. “Maar we moeten wel oog hebben voor de belangen en het welzijn van het dier zelf. Rundvee eet gras en kan gehouden worden op marginale gronden, en varkens en kippen ‘verwerken’ reststromen uit de voedselketen. Maar een dier is meer dan een omzetter van biomassa.” Dieren hebben ook een eigen, intrinsieke waarde. Aandacht voor hun welzijn is dan ook een voorwaarde in de veehouderij, vindt Van Duinkerken. Voor Livestock Research gaat het dan ook zeker niet alleen om de productiewaarde van landbouwhuisdieren. Ook in dat opzicht is de brede blik van de dierwetenschapper cruciaal.

Stikstof en klimaat

Op dit moment is er veel discussie over de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak (stikstof). “Klimaatverandering is een wereldwijd probleem en alle landen moeten dan ook aan de slag met klimaatdoelen, zowel om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren als om meer koolstof vast te leggen in de bodem en in biomassa”, legt Van Duinkerken uit. Stikstof is op dit moment een ‘hot issue’ in Nederland, vanwege de intensiteit van onze landbouw, industrie, mobiliteit en bevolkingsdichtheid, maar ook dit zal in steeds meer gebieden in de wereld een thema worden: “Kennisuitwisseling tussen landen is daarom belangrijk”, zegt Gert. Om de stikstofuitstoot en -depositie in Nederland te beperken wordt een forse bijdrage van de landbouw verwacht. Van Duinkerken benadrukt dat de maatregelen wel ruimte moeten bieden voor ondernemerschap, vakmanschap en voor een gebiedsspecifieke aanpak. Je kan generieke beleidsdoelen voor bijvoorbeeld klimaat en stikstof niet vertalen in generieke oplossingen. Oplossingsrichtingen moeten passen in de context en omstandigheden van een specifiek gebied of een specifiek bedrijf. In het westelijk veenweidegebied zijn uitdagingen en omstandigheden anders dan op droge zandgronden in de Achterhoek. Dat vraagt dus om maatwerk, met oog voor het samenspel tussen landbouw en natuur. Ook vindt hij het belangrijk dat stikstof en broeikasgassen integraal worden aangepakt, om te voorkomen dat verbetering op het ene thema leidt tot verslechtering op het andere.

Netwerken en dialoog

Van Duinkerken is actief binnen de EAAP, de European Federation of Animal Science, een internationaal netwerk van dierwetenschappers. Pas recent werd hij lid van NZV: “Een nuttig netwerk binnen Nederland, maar misschien moet NZV wat meer internationaliseren om ook de buitenlanders die in Wageningen studeerden te betrekken bij de NZV”, geeft hij de vereniging ter overweging mee: “Online activiteiten bieden kansen om de wereldwijd uitgevlogen dierwetenschappers betrokken te houden”, denkt Gert. Hij hoopt ook op meer diversiteit in de ledenpopulatie van de NZV, zodat bijvoorbeeld alle jaargangen vertegenwoordigd zijn, want: “Diversiteit geeft kracht en vernieuwing in elke organisatie.”

Ten slotte

De Nederlandse Agri&Food cluster staat wereldwijd aan de top. Een netwerk van professionals, zoals NZV, is cruciaal om de innovatiekracht van de sector optimaal te benutten. Dierwetenschappers dragen bij aan een duurzame, rendabele en veilige voedselproductie, met oog voor landschap, natuur, diergezondheid en -welzijn.