5 oktober 2020

Interview Ynte Schukken, Directeur Diergezondheid bij de Gezondheidsdienst voor Dieren

Zoötechniek en Diergeneeskunde: 1+1=3

Diergeneeskunde en zoötechniek

GD bestaat inmiddels 100 jaar en heeft het predicaat ‘koninklijk’ ontvangen, een belangrijke mijlpaal voor de organisatie die zich voortaan Royal GD mag noemen. De oorsprong ligt in Friesland, waar veeartsen samen gingen optrekken om tuberculose bij rundvee te bestrijden. Inmiddels is de organisatie uitgegroeid tot een betrouwbare onderneming in diergezondheid, toonaangevend in binnen- en buitenland.

“We zijn geworteld in het primaire veehouderijbedrijf en die focus op gezondheid van landbouwhuisdieren blijft,” vertelt Schukken: “We voeren gezondheidsprogramma’s uit voor de overheid en het bedrijfsleven en zijn actief in contract research. Veel projectleiders hierin zijn afkomstig uit Wageningen, omdat dierwetenschappers een brede blik hebben die een goede aanvulling vormt op de kennis en kunde van dierenartsen.”

De afgelopen jaren was de financiering van onderzoek vanuit de primaire sector lastig, vanwege het wegvallen van de productschappen. Langzamerhand ziet Schukken hier weer verbetering in.

Royal GD voert in Nederland de diergezondheidsmonitoring uit voor rundvee, kleine herkauwers, pluimvee en varkens. Hierbij spelen aangifteplichtige ziekten een belangrijke rol, maar monitoring richt zich ook op het signaleren van nieuwe (infectieuze) dierziekten, legt Schukken uit: “Het pluimveevirus H3N1 is laag-pathogeen, maar vormt toch een duidelijke bedreiging voor de sector. Onderzoek hiernaar is lastiger te financieren, terwijl een sectorbrede aanpak van een dergelijke infectieziekte wel wenselijk zou zijn.”

Schukken is ook deeltijdhoogleraar in Wageningen: “Ook daar zie ik dat de verbinding tussen zoötechniek en diergeneeskunde steeds sterker wordt. We bieden studenten in de nabije toekomst ook de gelegenheid om een dubbele master te doen – in Wageningen en Utrecht – en daar is zeker belangstelling voor.” Als zorgpunt noemt Schukken dat er in Utrecht steeds minder dierenartsen zich specialiseren in landbouwhuisdieren: “Voor rundvee is de belangstelling nog wel goed, maar aan gespecialiseerde pluimvee- en varkensdierenartsen is wel een tekort.” Ook die tendens zorgt ervoor dat versterking van Royal GD met Wageningse dierwetenschappers een meerwaarde heeft.

Voorop in diergezondheid

Om toonaangevend te blijven op het gebied van diergezondheid is een brede blik op de veehouderij nodig, stelt Schukken. Dat betekent ook: op de hoogte blijven van internationale ontwikkelingen en wetenschappelijke kennis. “Om de hoogstaande Nederlandse infrastructuur op het gebied van diergezondheid te behouden moet onze organisatie continu gezond groeien, zodat we onze infrastructuur en R&D op peil kunnen houden,” legt Schukken uit. Daarom is Royal GD regelmatig op zoek naar nieuwe gedreven medewerkers en ook voor stagiaires is eigenlijk altijd wel plek. “Ook daarvoor zijn onze goede contacten met de NZV cruciaal,” merkt Schukken op. Dierenartsen en dierwetenschappers hebben een gemeenschappelijk doel: Verbetering van de diergezondheid, zowel op dierniveau als op bedrijfsniveau. Dat versterkt de sector in Nederland en zorgt voor behoud van maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij.

Als uitdagingen voor de nabije toekomst noemt Royal GD-directeur de kansen en bedreigingen voor bedrijfsopvolgers, de mogelijkheden van ‘big data’ (bijvoorbeeld in tools als de Kringloopwijzer), de verdere ontwikkeling van snelle en betrouwbare diagnostiek en vroege signalering van diergezondheidsproblemen op bedrijfsniveau. Op al deze terreinen is samenwerking tussen veterinaire en zoötechnische experts vereist. “Nederland is in feite één grote integratie waar je u tegen zegt,” stelt Schukken: “In Nederland weten we meer over elk dier en elk veehouderijbedrijf dan in de meeste buitenlanden. De coöperatieve gedachte leeft hier gelukkig heel sterk, ook bij de individuele veehouders. En dat is essentieel voor de aanpak van infectieziekten.”