5 oktober 2020

Interview Pierre Berntsen, Directeur Agrarische Bedrijven bij ABN AMRO

Pierre Berntsen: “Als onze sector onder druk staat, kan de Veeteler het verschil maken.”

“Veetelers zijn ook de komende jaren hard nodig, zeker nu we de transitie naar kringlooplandbouw inzetten”, zegt Pierre Berntsen, directeur Agrarische Bedrijven bij ABN Amro. De kracht van dierwetenschappers ligt in hun technische kennis, gecombineerd met een brede blik op de positie van de primaire sector in de samenleving, de rol van het dier in de voedselketen en de internationale samenhang in de dierlijke productieketens: “Veetelers zijn systeemdenkers en daar hebben we grote behoefte aan”, is zijn overtuiging.

Pierre Berntsen is een molenaarszoon uit de Achterhoek, die na zijn studie aan de HAS Den Bosch werkte bij de Gezondheidsdienst voor Dieren in Boxtel en vervolgens Veeteelt studeerde in Wageningen, met als specialisaties diervoeding en bedrijfskunde. Na een periode in de mengvoersector, bij UTD, stapte hij eind jaren ’90 over naar ABN Amro, waar hij nog meer doordrongen raakte van de waarde die de bancaire sector kan toevoegen, onder meer in de agrarische sector.

Transitie

Berntsen ziet duidelijke verschuivingen in de positie van het dier in de voedselketen: “Toen ik studeerde was een landbouwhuisdier vooral een productiemiddel, terwijl er nu meer aandacht is voor het welzijn en de intrinsieke waarde van het dier”, legt hij uit. De samenleving neemt niet meer genoegen met een gezond en veilig (dierlijk) product, maar stelt ook eisen aan de productiewijze en dus aan dierwelzijn en milieu. De meer geïntegreerde en meer systemische benadering van de veehouderij is positief, vindt Berntsen. Hij verwijst naar het boek De Tovenaar en de Profeet (Charles Mann), waarin de tovenaar staat voor een bijna onbegrensd vertrouwen in het vermogen van de mens om technologische oplossingen voor grote problemen te ontwikkelen, terwijl de profeet wijst op de natuurlijke begrenzingen van de planeet en de noodzaak om die niet te overschrijden. “De tovenaar en de profeet kunnen vrienden worden, als beide partijen open staan voor het standpunt van de ander en met elkaar het gesprek aangaan”, denkt Berntsen: “Door van elkaar te leren en maatwerk te bieden voor elke situatie worden problemen beter en duurzamer opgelost.”

Na de publicatie van de kringlooplandbouwvisie van minister Schouten was binnen de sector vaak de reactie: Kringlopen sluiten, dierlijke mest benutten en gebruik maken van reststromen in het voer, dat doen we in de landbouw allang! Toch ziet Berntsen nog wel discussie over de mate waarin kringlooplandbouw wordt toegepast en de impact van de veehouderij op het Nederlandse milieu: “We moeten ook openstaan voor andere standpunten dan onze eigen”, benadrukt hij nog maar eens: “De import van soja uit Zuid-Amerika kan op dit moment best ecologisch en economisch duurzaam zijn, maar de maatschappelijke weerstand ertegen en tegen de stikstofbelasting neemt toe en bovendien levert de afhankelijkheid van wereldwijde import van grondstoffen risico’s op, zoals bij geopolitieke onrust of de uitbraak van een pandemie. We zullen dus aan de slag moeten met alternatieve eiwitbronnen voor diervoeders, zoals bijvoorbeeld insectenteelt, reststromen, en vlinderbloemigen. Maar ook met stalsystemen en mestaanwending. Nederland heeft de potentie om gidsland te blijven als we systeemdenken omarmen.”

De rol van de overheid
De transitie waar de landbouw, inclusief de veehouderij, voor staat is spannend, evenals hoe de samenleving zich gaat ontwikkelen na de wereldwijde coronacrisis. Net als andere organisaties werkt ABN Amro aan scenarioplanningen per sector om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op de ontwikkelingen. Daarbij hanteert de bank een assenstelsel, met verticaal enerzijds een open, decentrale economie met een vrije markt en anderzijds een meer gesloten samenleving met een sturende overheid en een gereguleerde economie. De horizontale as loopt uiteen tussen een individu-gerichte samenleving met weinig onderlinge solidariteit en aandacht voor de korte termijn (Anglicaans model) en een groepsgerichte, solidaire samenleving met aandacht voor de lange termijn naar Rijnlands model. “Het is dan de vraag naar welke kant de samenleving en de economie gaan bewegen na corona”, legt Berntsen uit. “De landbouw is afhankelijk van instituties en de overheid (nationaal en Europees) en het boereninkomen hangt af van de verkoop van product alsmede inkomsten uit het GLB en andere neveninkomsten. Verduurzamen van de landbouw moet dan ook met inachtneming van de P van prijs, waarbij de markt betaalt, niet alleen voor het product, maar ook voor de (duurzame) productiewijze. Pas als de markt niet goed functioneert moet de overheid ingrijpen, bij voorbeeld met subsidies of via de belastingen. In dat laatste geval moeten de opbrengsten dan wel ten goede komen aan de sector”, vindt Pierre.

“Een gelijk speelveld in de EU, en liefst in de hele wereld, is wel belangrijk en daarbij kan de Farm to Fork strategie van Frans Timmermans alléén een rol spelen als de EU een bepaald niveau van duurzaamheid bepaalt en dit niveau ook oplegt aan import uit derde landen. Echt impact maken moet via Brussel en niet via Den Haag”, meent Berntsen.

NZV en De Veetelers

De kracht van NZV is de diversiteit van de leden, vindt Pierre: “Veetelers komen overal in de wereld terecht in allerlei sectoren, maar de verbindende factor is de studie Dierwetenschappen.” Door de gevarieerde achterban is het niet mogelijk en ook niet nodig of wenselijk om als NZV een gezamenlijke visie op de dierlijke productie te formuleren, vindt Berntsen.

ABN Amro sponsort niet alleen NZV, maar ook studievereniging De Veetelers. Berntsen roept de studenten op om een open blik te houden op de sector en de samenleving als geheel, want als je samenwerkt met andersdenkenden, dan staat 1+1 gelijk aan 3. Steeds meer mensen zijn nu geïnteresseerd in hun voeding en hoe die geproduceerd wordt en dat is positief, want dan kunnen we daarover gezamenlijk (‘boer’ en ‘burger’) het gesprek aangaan, met respect voor feiten èn voor meningen.